Eisen aan modellen
Voor een auditor is een model pas bruikbaar als het volgende eisen voldoet:
- aanwezigheid van een norm;
- integraal karakter;
- rekening houden met afhankelijkheden;
- hulpmiddel voor de afbakening van het audit-object.
Wij menen dat het KAD+-model aan deze eisen voldoet. Zij worden hieronder kort toegelicht.
Auditing betreft het geven van een oordeel en vereist zodoende een norm waaraan de werkelijke situatie dient te worden getoetst. In geval van management control auditing moet deze norm betrekking hebben op het management controlsysteem.
Het belang van een adequate norm en de explicitering daarvan is voor de auditor nog van groter belang gezien het object van de audit. Immers ‘beheersing’ is het primaire verantwoordelijkheidsgebied (en daarmee het deskundigheidsgebied) van de manager. Chambers, e.a. (1987) schreven hierover het volgende:
| ...it is unreasonable for internal auditors to claim to be specialists in internal control as, in doing so, they claim to be specialists in all aspects of management. A pretentious claim which immediately shows to be invalid as management would hardly hire a group of auditors on the ground that they possessed a superior specialist understanding of all aspects of management that possessed by management themselves... |
Dit betekent enerzijds dat de auditor niet bij uitstek de deskundige is op het object van onderzoek, maar ook dat een oordeel over de beheersing in feite indirect een oordeel over de kwaliteit van het management inhoudt. Een dergelijk verstrekkend oordeel op een gebied waarvoor de auditor niet de deskundige bij uitstek is, mag niet worden gebaseerd op een vaag en weinig toegankelijk ‘professional judgement’, maar moet worden onderbouwd door een expliciet en voldoende valide model dat de ‘norm’ voor management control aanreikt.
Een management control audit is gericht op de beheersing van alle door het management gestelde doelen en niet op één of een beperkt deel van de aspecten van bedrijfsvoering. Dit vormt een belangrijk verschil met bijvoorbeeld financial audits, waar de aandacht primair wordt gericht op het financieel aspect en de betrouwbaarheid daarvan. Een integrale audit vereist dat de diverse doelen tegelijkertijd in beschouwing kunnen worden genomen, inclusief hun onderlinge en soms tegenstrijdige relaties. Het model moet dus ook integraal van opzet zijn.
Dit verschil van invalshoek is schematisch weergegeven in de volgende figuur.
Figuur: Naast een gecertificeerde jaarrekening, een beheersbare en bedrijfsmatig werkende organisatie
Rekening houden met afhankelijkheden
Het audit-object van de management control auditor is een complex geheel waarin vele organisatieaspecten een rol spelen. Het onderzoeksmodel zal rekening moeten houden met diverse afhankelijkheden of raakvlakken tussen de verschillende aspecten van de organisatie.
Daarbij geldt dat er niet één beste manier van het inrichten van de organisatie en haar management controlsysteem is. Een model dat voor alle situaties steeds dezelfde norm biedt, is dus niet toereikend voor de auditor. De norm waaraan de werkelijkheid wordt getoetst, zal moeten kunnen variëren afhankelijk van de specifieke doelen en omstandigheden van de organisatie die wordt onderzocht. Zo heeft een organisatie die standaardproducten tegen een lage prijs aanbiedt behoefte aan een ander management controlsysteem dan een organisatie die maatwerk-producten levert en concurreert op basis van kwaliteit en service. Kortom de auditor heeft een model nodig dat rekening houdt met allerlei afhankelijkheden of raakvlakken.
Hulpmiddel voor afbakening
Gezien de complexiteit en de reikwijdte van het begrip beheersing zou het model een hulpmiddel moeten zijn voor de afbakening van het audit-object. Het model moet concrete handvatten bieden zodat:
- het oordeel wordt gebaseerd op een juist afgebakend onderzoek;
- alle relevante aspecten worden meegenomen zonder dat onnodige tijd en kosten worden besteed aan aspecten die minder of helemaal niet belangrijk zijn.
